Arme oude neger

Eén keer zag ik zo’n oude Pontiac ook van binnen. Dertig jaar later, toen ik met een filmploeg op Curaçao was op zoek naar sporen van mijn verdwenen vader, en de onverschrokken cameraman het portier van een langs de weg (voor slechts 20.000 dollar) te koop aangeboden ’52 Pontiac Chieftain opende, me achter het stuur van het chromen gevaarte duwde en begon te filmen.

Helaas moest ik de ijlings toegesnelde eigenaar teleurstellen. De stuurkunst beheers ik niet en een rijbewijs heb ik nooit geambieërd, dit dikwijls tot geamuseerde verbazing van mensen die zich bij mijn, in Hollandse oren ongepast uitsloverig klinkende, artiestennaam een asfaltvretende vetkuif hadden voorgesteld in plaats van de fietsende held op sokken die ik dan blijk te zijn.

Wat fietsen betreft: dat de wielrenner Wim van Est rijdend voor het horlogemerk Pontiac tijdens de Tour de France met een spectaculaire val het merk in één klap in heel Nederland beroemd maakte (‘Tik, Tak, Pontiac. Van Est viel zestig meter diep, z’n hart stond stil maar zijn Pontiac liep’) wist ik, maar dat dat was gebeurd in mijn geboortejaar ontdekte ik pas veel later.

Zoals me ook pas na een tijd begon te dagen dat -in weerwil van het ‘R&R op wielen’ -imago waarvan NRC Handelsblad spreekt- Pontiac een beetje lullig merk was geworden, getuige bijvoorbeeld de grap dat P.O.N.T.I.A.C. zou staan voor ‘Poor old nigger thinks it’s a Cadillac’.