Jukebox op wielen

Toen ik begon in te zien dat egoloosheid ook zijn nadelen heeft zon ik op een bruikbaar pseudoniem. Waarom zou ik niet mogen wat Bob Zimmerman wel mag?

‘Palmen’ heb ik even overwogen, maar de suffe vijftiger jaren-zangeres Annie Palmen voorkwam dat ik nu steeds zou moeten uitleggen dat ik niet Connie’s neef ben. De eerste keer dat ik daadwerkelijk ‘Pontiac’ onder mijn werk schreef was dat nog als middlename, en veel gedachten had ik daar toen niet bij.

Het klonk goed, deed denken aan de R&R van Chuck Berry c.s. en het leek een beetje op mijn echte achternaam. Begin 1973, met Willem ‘Hitweek’ de Ridder logerend in de voormalige Hollywood-villa van nep-neger Al Jolson waar een makrobiotisch studiecentrum was gevestigd, ontmoette ik daar iemand die een soort taalkundige versie van numerologie beoefende .

Toen die me vertelde dat de naam’ Pontiac’ een grote kracht bezat had ik mijn naam gevonden, besefte ik, zeker toen pal aan de overkant van het huis onder een palmboom een prachtige rode Pontiac 8 Convertible uit mijn geboortejaar 1951 bleek te staan, een fifties-jukebox op wielen met een Indianenkop van oranje barnsteen als boegbeeld waar de ondergaande L.A.-zon in de beste filmkitsch-traditie doorheen speelde.