Achterstalligheid kent geen tijd

Zoals de liefhebber zal hebben opgemerkt is er al een half jaar niets toegevoegd aan this here website.

Maar is er inmiddels wel een Facebook-account bijgekomen waarop af en toe recente triomfen der tekenkunst worden geplaatst.  Mijn media-savvy dochter vond dat dat moest en dan zwijgt een verstandig mens, onder het voorbehoud niets met het Vleesboek-onderhoud te maken hoeven hebben. Aan  werk en  mailcorrespondentie heb ik de handen al meer dan vol. Het gevolg is dat zij nu & dan toevoegingen aldaar wereldkundig maakt , hetgeen mij  ‘ontslaat’ van de plicht tot updating. Resultaat: een zieltogende website…

Aan deze misstand echter  komt bij deze een eind, beminde liefhebber!

Tot nu toe is dit een vruchtbaar NRC-Handelsblad -jaar voor me geweest, ondanks de boze boycot die me trof nadat ik  met de Volkskrant was ‘vreemdgegaan’, zoals dat tot mijn verbazing werd beleefd.

Nedercultuur

De eerste opdracht betrof de populistenvriend en Staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra,  die, U weet ‘t vast nog, als een barbaar tekeer ging in de wereld der Schone Kunschten.  { De schrijver Flaubert zei ‘t al, zo’n 150 jaar geleden: ‘Heidendom, Christendom, ploertendom; voila, de drie grote fasen der mensheid!’}  Omdat ik in een Parool-interview had verteld dat men de Marten Toonderprijs door deze figuur aan mij wilde laten uitreiken, waarop ik, met mijn gebruikelijke revolutionaire elan, vanzelfsprekend heb gezegd: ‘Alleen als ik mijn handenschudhand met poep mag insmeren’, heb ik behalve mijn signatuur ook mijn handafdruk als joviale groet richting Halbe achtergelaten. Dat alles lekker old-school  met de Bart Smit-12-kleurenbalpen op kladpapier. (Way old-school: in feite precies zoals ik op mijn 10de mijn eerste, verdwenen, strip maakte, over de bokser Rocky Feliciano; met de verbazingwekkende 4-kleurenbalpen die de Sint me gaf, op een kladblok, een kwart slag gedraaid, dus liggend, als bij de felbegeerde Kick Wilstra- en Kapitein Rob-boekjes van toen.

Hoewel de Goudharige Opperpopulist inmiddels ( voor even) uit beeld is wil dat niet zeggen dat arbeiders in de Nedercultuur nu kunnen herademen, zo lijkt ‘t…

Paashaas

De volgende opdracht had J.S.Bach’s Matthäus Passion als onderwerp (zie bovenaan) en dan vooral de hype die dat met Pasen uitgevoerde muziekwerk ieder jaar  méér is. Altijd een feest om schijnheiligheid te mogen bezingen! Dat niet elke lezer het visioen dat ik al gauw kreeg  deelde c.q. waardeerde bleek uit diverse ingezonden brieven die bij de krant binnenkwamen. Leuk! Toch een soort fanmail. Al had ik liever post gezien van beledigde Mammoni$ti$che hypocrieten, zoals het opportunisten-duo aan de voet het kruis is bedoeld. In gristenen kwetsen, of gelovigen in algemene zin,  zit weinig uitdaging…. Het was overigens niet mijn eerste aanvaring met de Jezus-fanclub.  Een half jaar eerder had, in dagblad Trouw in een z.g. ’10 Geboden’-interview, een scheldpartij op het Papendom  (een scheldpartij waarvan  ik n.b. had gevraagd om het uit het stuk te schrappen als ‘gratuit’ en irrelevant) geleid tot authentieke hate-mail. Waarbij de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de hater in kwestie later zijn verontschuldigingen heeft aangeboden (nadat mijn broer Paul  de vermelde portretfotograaf bij de foto op des hate-mailer’s website toevallig kende, waarna de fotograaf in kwestie de man ‘s heeft gebeld…). Gemaakt met een beetje fotowinkel en een hoop kleurpotlood.

Tripdrugs

De derde tekening die de krant me vroeg was er één voor de speciale ’100 Jaar Marten Toonder ‘-krant, waarin alle foto’s vervangen waren door tekeningen. Mij werd gevraagd een artikel te illustreren op de Filmpagina, dat handelde over het verschijnsel psychedeliese speelfilms en documentaires en waarin de journalist bekende altijd angst gehad te hebben voor tripdrugs. I had my fair share of bad-trips dus mijn tanden zonken als vanzelf in deze kluif. Gemaakt in Friesland waar ik op dat moment wel een Mac maar geen stiften, kleurpotloden of verf  bij me had. Dus digitaal ingekleurd. Zoals al gevreesd bleek  het mystieke hippiepaars niet echt goed te reproduceren in 4-kleuren krantendruk.

Zielenvader

Van een in 1989 voor tienerblad ‘Oor’ gemaakt James ‘Git uppa!’ Brown-portret vroeg men, uiteraard niet vergeefs, of die in de krant bij de bespreking van een net verschenen Sexmachine-biografie geplaatst kon worden.

Parsifist

De meest recent gemaakte illustratie was voor de voorkant van het wekelijks Cultureel Supplement, over Wagner’s opera ‘Parsifal’. Niet bepaald een operamaan myself  betekende dat dat ik me eerst moest verdiepen in de materie. Een beetje studie kan nooit kwaad en veel studie ook niet, het is een gewaardeerd bijverschijnsel van het vak, wat mij betreft. Helaas moest mijn research worden onderbroken voor de Haarlemse Stripdagen, waar een middag sin-jeren in een gehuurde kraam op de Grote Tochtige Markt een aanslag bleek te zijn geweest op de dubieuze gezondheid alhier, zodat ik weer thuis in Amsterdam, belabberd en wel aan het werk moest om de deadline te kunnen halen. Dat lukte óp of redelijk vlak nà het nippertje, al bleek eerst nog even dat ik weliswaar precies de juiste tekst uit het libretto had weten te vissen voor op de wat mij betreft verplichte banier, maar wel mèt een taalfout. Vroeger zou zulx een rampje zijn geweest maar dankzij  Californische nerds is zoiets nu een fluitje van een euro-cent….

Jammer is dat het door tijdgebrek niet gelukt is om in de tekening ( uitgevoerd in potlood en photoshop) het gegeven te verwerken dat de nazi’s, toch Wagnerfans, deze opera, die pleit voor compassie, te pacifistisch vonden, maar bovenal het verbeelden van het feit dat Wagner, met zijn  Fluwelen Baret op, bij de Beierse koning Ludwig protesteerde dat de dirigent van het orkest dat op de première speelde een Jood was, waarop de koning ( als een soort voorloper van wijlen Whacko Jacko eerder bekend van zijn Eftelingachtige onderkomens dan van zijn vorstelijke wijsheid) sprak dat ieder mens ten principale gelijkwaardig is en daarmee uit!